Een kanaal, een bedrijventerrein, een publiek dat bij de ingang wacht om als een groep observators gegidst te worden naar een van de ruimtes op het terrein. Mensen willen ergens een binnenkant van zien.
De voorstelling begint al honderd meter voor het speelvlak.
Als wachten bij de frontlinies en dan beelden schieten.
De eerste blik: meubelstukken met over de rugleuning gespannen vrouwenondergoed. Het huiselijke in geringe toch groteske mate naar buiten gebracht. De strijkplank en het fitnesstoestel, de komkommers en de grimassen.
Naar binnen geleid worden. Als in de intimiteit van een demonische doorkijkwoning. Het publiek krijgt een blik in de keuken, ziet de DJ, en participeert al kijkend. Het huis als een nachtclub.
Kijken en bekeken worden, gevangen zitten in een blik, meegesleept en wakker worden. Van binnen naar buiten, het zijn die grote bewegingen die “Penthesilea …” in de regie van Sofie Kramer zo sterk maken. De tekst wordt gestript tot een schreeuw van enkele strofes, maar krijgt een sterke visuele en muzikale versie.
Penthesilea ruikt mannenvlees, naar H. Von Kleist, is een intelligente en in haar theatrale keuzes (decor-kostuums-spel-muziek) consistente en imaginair sterke voorstelling. Grote thema’s uit Penthesilea vinden een eigensoortige bedding:
het lichamelijke, het geobjectiveerde en gemechaniseerde lijf, seksualiteit versus intimiteit, vrouwelijkheid-mannelijkheid en Penthesilea als derde geslacht. De kritiek die Goethe aan Von Kleist gaf: “Penthesilea heeft een tekort aan handeling”, weerlegt Kramer in haar regie door de nadruk op de pathos als drijvende kracht in het stuk te leggen en die met alle middelen te visualiseren. Daarbij verwijst ze intelligent naar hedendaagse visuele referentiekaders. Tegelijkertijd verinnerlijkt ze het stuk ook door het tegelijkertijd in de intimiteit van een woonkamer - exorbitante van een club te brengen. Huiselijk geweld, genderstrijd, innerlijke gevechten en het brede spectrum van verlangens kijgen de ruimte om niet zwart/wit maar in vele tinten en op een geëngageerde manier verbeeld te worden.
De vele lagen zitten niet alleen in de muziek en het spel (verwijzing punk jaren ’80) ook in de verwijzing van j 80- ’90 feministische beeldende kunst. Zo deed de voorstelling mij sterk denken aan de beeldentaal van Sarah Lucas, (London j’ 80-90) en haar feministische deconstructe van burgerlijke, kapitalistishe en patriarchale kaders: in refereren naar haar gebruik van matrassen (cfr tijdgenoot en collega Tracey Emin), T shirts met borsten trompe l’oeuil, komkommers, lichaam als meubelstuk (stoelenrug met aangespannen ondergoed).
Kramer plaatst het stuk binnen een feministische kader maar geeft tegelijkertijd ook een kritiek op een te ver doorgedreven gender-identiteitscultuur. Ze legt in haar regie de dubbele beweging van het opgesloten zitten binnen een eigen wereld en toont dat er ook een wereld buiten het zelf ligt. Aan het eind van de nacht, de roes, gaat Penthesilea weer alleen de straat op. De wereld in.
- Anna Luyten, cultuurfilosoof
Concept: Sofie Kramer en Gina Beuk
Regie: Sofie Kramer
Spel: Gina Beuk, Maxime Vandommele, Merel Severs, Ayrton Fraenk
Muziek: Ernst Walchenbach
Scenografie: Sybren Janssens
Kostuumontwerp: Sara Schoon
Artistieke coaching: Anne Maike Mertens
Met dank aan: Stichting MCEM, Het Apollofonds, Voordekunst.nl, Campo, Les Ballets C de la B, Toneelacademie Maastricht,
KASK Drama Gent
Geweest:
25 april 2019 @ S18, Les Ballets C de la B
26 april 2019 @ S18, Les Ballets C de la B
27 april 2019 @ S18, Les Ballets C de la B
28 april 2019 @ S18, Les Ballets C de la B